UITSPRAAK VAN HET COLLEGE VAN BEROEP VOOR DE AUTOSPORT
De tekst tussen [..] is een annotatie door motorsportlaw.org. Overige tekst is afkomstig van het College van Beroep van de KNAF:
Inzake Carly Motors:
1. Het College van Beroep voor de Autosport -bestaande
uit de heren Mr. H.L. Duijm (Voorzitter) [dit is een uitstekende voorzitter met gedegen kennis van de autosportreglementen. Bovendien weet hij de zittingen goed in de hand te houden en voorkomt hij onnodige juridisering. Heeft bovendien ervaring bij het internationale hof van de FIA, waarin hij onder meer de zaak Coulthard heeft gedaan (te lage spoilers in Brazilie)], Mr. J.L.M. Fruytier [Amsterdamse advocaat, scherpe waarnemer en stelt doorgaans puntige vragen zonder een vooroordeel te laten blijken]
J.W.A. Koster [praktijkman, die het volgens mij helemaal niet ziet zitten dat er advocaten ingezet worden. Daarbij gaat hij er aan voorbij dat het de KNAF zelf was die als eerste met advocaten bij het College aankwam. Als reactie daarop hebben een aantal professionele teams zich ook laten bijstaan door in de autosport gespecialiseerde advocaten] en Mr. C.G.C. Quarles van Ufford [dit is een nieuwe autosportrechter die zich tot dusverre beperkt tot luisteren], (leden) - is
op 11 juli 2000 in het vergadercentrum "Hotel Ibis" te Leiderdorp
bijeengekomen ter behandeling van de beroepen van de in-
schrijver "Carly Motors" tegen de beslissingen van de
Sportcommissarissen d.d.10 juni 2000, genomen na afloop
van de op 13/14 mei te Zandvoort gehouden Internationale
Autoraces, waarbij de rijders nrs. 16 en 17 werden uitgesloten
en de overige deelnemers in de rangschikking opschoven.
2. Het College heeft kennis genomen van de tevoren over-
gelegde processtukken genummerd A1 tot en met A21, C1
tot en met C23, N1 tot en met N22. De beide beroepen zijn
door het College met in-stemming van alle partijen gevoegd
behandeld.[hier is volgens mij een terminale fout gemaakt, omdat er later verwarring ontstaat uit welke kleppen uit welke auto komen. Was er niet gevoegd, dat had het College er een probleem bij gehad]
3. Ter zitting zijn gehoord:
Namens appellante Dhr. B. Ploeg en dhr. C. Pellinkhof,
bijgestaan door hun raadsman, de heer Mr. D.G. Lasschuit [geen autosportrecht expert];
Namens de sportcommissarissen Mr. F.C. Kollen [ geen autosportrecht expert, maar wel een vooraanstaande sportrecht advocaat. Tevens actief in de vereniging Sport & Recht. Maakt deel uit van het kantoor waar de KNAF advocaat annex bestuurslid mr M. Bodicker werkzaam is. Motorsportlaw.org vroeg mr Kollen zijn pleitnota aan deze website beschikbaar te stellen, maar zijn cliente -de KNAF- weigerde dit helaas], alsmede
Dhr E.W. Berger, Namens de technische commissarissen
Mr. F.C. Kollen [de KNAF was kennelijk benauwd om deze zaak te verliezen. Normaal doen de technische commissarissen zelf het woord] , alsmede Dhr. R. Gabeler Namens de NAV
Dhr. R.F. Kluit [ondanks dat hij een bezoldigd "race director" van de NAV is, moet hij nog veel bijspijkeren op het gebied van de toepasselijke reglementen]
4. Ter toelichting op de ingestelde beroepen voert dhr
B. Ploeg namens appellante ter zitting het woord conform
de aan deze beslissing gehechte pleitnota [jammer dat wij hiervan geen kennis mogen nemen. De autosportgemeenschap zou zijn precies kunnen nagaan welke argumenten gebruikt zijn en daaruit lering trekken]. Mr F.C. Kollen,
namens de Sportcommissarissen en de Technische com-
missarissen, dhr E.W. Berger namens de Sportcommis-
sarissen en de heer Gabeler namens de Technische com-
missarissen, voeren het woord conform de aan deze
beslissing gehechte pleitnota's.
5. De door appellante bij pleitnota overgelegde producties
die niet tevens door appellante op de door art. 39 lid 4 jo. 19
lid 2 van het Reglement Autosport Rechtspraak voorgeschreven
termijn in het geding zijn gebracht, worden door het College voor
de beoordeling van de onderhavige zaak buiten beschouwing
gelaten.
[het College hanteert nog steeds de ouderwetse ijzeren termijn doctrine. Dwz. dien je stukken in later dan 7 dagen voor de zitting dan ben je bedankt. Daar wordt geen kennis van genomen.In het moderne recht is er ook zoiets als verschoonbare termijnoverschrijding. Die geldt kennelijk (nog) niet in de autosport (zie ook zaak Har Vaessen Racing). Deze regel is eenvoudig te omzeilen door geen stukken te overleggen maar in de pleitnota op te nemen. Daar behoort het college wel kennis van te nemen.]
6. Zakelijk weergegeven heeft appellante betoogd:[deze weergave is wel erg beknopt. In werkelijkheid heeft de heer Ploeg wel anderhalf uur gepleit met vele argumenten die hier niet aan de orde komen]
· dat de bestreden beslissingen van de Sportcommissaris-
sen dermate onzorgvuldig en in strijd met alle regels tot stand zijn
gekomen, dat deze besluiten om die reden niet in stand zouden
kunnen blijven;
· dat niet vaststaat dat de door de Technische Commissaris-
sen onderzochte kleppen de kleppen uit de auto´s van rijders
nrs. 16 en 17 zijn;
· dat -indien aangenomen zou moeten worden dat bovenstaande
wel het geval is- de bewerking van de kleppen is toegestaan op grond
van art. 2.6.8 van het Reglement D.T.C.C.
Naar aanleiding hiervan overweegt het College als volgt.
7. Ter toelichting op het gestelde ten aanzien van de wijze van
totstandkoming van de bestreden beslissingen, heeft appellante
gesteld dat het beginsel van hoor en wederhoor zou zijn geschonden.
Het College kan appellante hierin niet volgen, nu appellante zelf heeft
verklaard op 10 juni 2000 door het College van Sportcommissarissen
te zijn gehoord en dat het College van Sportcommissarissen een kwartier
na dat verhoor de bestreden beslissingen heeft genomen. Hieruit volgt dat
aan het beginsel van hoor en wederhoor is voldaan. Van schending van
andere elementaire beginselen van rechtspraak is niet gebleken, met
name niet dat op enigerlei wij-ze zou zijn gehandeld in strijd met de
goede procesorde. De hier aangedragen gronden kunnen derhalve niet
leiden tot vernietiging van de bestreden beslissingen.[het punt wat Ploeg maakte was dat de sportcommissarissen hun beslissing al hadden genomen voordat Carly gehoord was. Dit zou zijn gebleken uit perspublicaties in de Telegraaf waarin een sportcommissaris wordt geciteerd]
8. Of, en zo ja door wie, door het doen van mededelingen tegenover
het Dagblad De Telegraaf onrechtmatig jegens appellante is gehandeld
en of, en zo ja tegen wie, tuchtrechtelijke maatregelen zou-den moeten
worden genomen, vormt geen onderdeel van de onderhavi-ge zaak en
staat mitsdien niet ter beoordeling van het College.[op zichzelf is deze constatering juist. Bij een beroep gaat het alleen om de door de sportcommissarissen genomen beslissing. Niets meer en niets minder. Alle ruis daarbuiten kan aan de kaak worden gesteld door de KNAF te verzoeken binnen 2 weken na het betreffende autosportschadende voorval een tuchtzaak tegen de sportcommissaris aanhangig te maken. Het spreekt voor zich dat je hiermee geen vrienden maakt en dat uiterste terughoudendheid op z'n plaats is.]
9. Anders dan appellante voorts heeft betoogd hebben de Technische
Commissarissen blijkens de als prod. A3 en A8 overgelegde rapporten
de auto´s van rijders nrs. 16 en 17 niet afgekeurd, doch -als deskundigen-
verklaard dat de bewerking/wijziging aan de in- en uitlaatkleppen niet
conform het gestelde in art. 2.4 van het D.T.C.C.-reglement is. De
Sportcommissarissen hebben vervolgens mede op basis van die
rapporten de beslissingen tot uitsluiting genomen. Geen (rechts-)
regel verzet zich ertegen dat de Sportcommissarissen over technische
aangelegenheden het advies van deskundigen inwinnen en daarop hun
beslissingen baseren. [dit was geen sterk argument] Niet in te zien valt om welke reden daardoor de onafhankelijkheid van de Sportcommissarissen in het gedrang zou
komen, nu ook de Technische Commissarissen worden geacht in
onafhankelijkheid hun werkzaamheden te verrichten [ook dit argument van Ploeg slaat de plank mis].
10. Naar aanleiding van de stelling van appellante dat niet
vaststaat dat de door de Technische Commissarissen
onderzochte kleppen afkomstig zijn van de auto´s van rijders
nrs. 16 en 17, overweegt het College dat dit naar haar mening
wel voldoende aannemelijk is geworden. Dit vooreerst gelet op
de verklaring van appellante ter zitting [appelante wordt hier gestraft voor zijn eigen verklaring, dus voortaan oppassen met wat ter zitting wordt verklaard], dat de onderzochte
kleppen zijn bewerkt op een wijze zoals zij dat pleegt te doen
en met welke kleppen zij het gehele seizoen, inclusief de races
op 13/14 mei, de door haar geprepareerde motoren heeft uitgerust [het adagium luidt nog steeds "bekennen is hangen"].
Bovendien heeft appellante geen enkele reden, feit of omstandig-
heid genoemd op grond waarvan gerechtvaardigde twijfel zou
kunnen bestaan over de vraag of de onderzochte kleppen afkomstig
zijn van de auto´s van rijders nrs. 16 en 17, zodat de inhoud van de
als prod. A3 en A8 overgelegde rapporten van de Technische Com-
missaris -inhoudende dat hij de kleppen heeft gecontroleerd van de
auto´s 16 en 17- moet worden geacht onvoldoende gemotiveerd door
appellante te zijn weersproken.[leer moment: bestrijdt iedere stelling.]
11. Het feit dat niet is vast te stellen welke van de onderzochte
kleppen afkomstig zijn van de auto van rijder 16 en welke van de
auto van rijder 17, acht het College niet van belang [ai, als de zaak niet gevoegd was, had te minste 1 beroep moeten worden toegewezen, omdat er dan twijfel was geweest welke kleppen uit welke auto kwamen]. Vaststaat
immers dat de vier onderzochte kleppen onderling volkomen identiek
zijn en dus beide auto´s met gelijksoortige kleppen aan de races
hebben deelgenomen.[tenzij die 4 kleppen uit 1 auto zijn gekomen...]
12. Nu ter zitting door de heer R. Gabeler onweersproken is
verklaard dat de cilinderkoppen van de auto´s van rijders nrs.
16 en 17 reeds vóór de eerste race (derhalve race nr. 3) zijn
verzegeld, verwerpt het College het verweer van appellante dat
de uitsluiting alleen betrekking zou kunnen hebben op race nr.
4, omdat de technische keuring eerst na die race heeft plaats-
gevonden. Uit de mededelingen van de heer Gabeler volgt
immers dat de rijders nrs. 16 en 17 aan beide races hebben
deelgenomen met de onderzochte kleppen. De onderhavige
situatie verschilt dan ook van de situatie als waarover het
College heeft beslist bij uitspraak d.d. 23 augustus 1999.[dit is inmiddels vaste jurisprudentie en dit argument heeft dan ook geen enkele zin]
13. Ten slotte heeft appellante aangevoerd dat de bewerking
van de kleppen zou zijn toegestaan nu deze deel zouden uitmaken
van de in- en uitlaatkanalen welke op grond van art. 2.6.8 van het
Reglement D.T.C.C. mogen worden bewerkt. Naar de mening van
het College dient deze opvatting te worden verworpen.
14. Bij de beoordeling van dit verweer van appellante stelt het
College voorop dat blijkens het Reglement D.T.C.C. de originele
Duitse tekst (met enige hier niet ter-zake doende uitzonderingen)
altijd bindend is. Dientengevolge dient aan de als prod. A14 over-
gelegde verklaring van de heer D. Fürst d.d. 29 mei 2000 -de
ontwerper van die originele Duitse tekst van het Reglement
D.T.C.C.- doorslaggevende betekenis te worden toegekend [hoezo? Dit kan motorsportlaw.org niet volgen. Taal is taal en derhalve voor meerdere uitleg vatbaar. wellicht had een Duitse jurist uitkomst kunnen bieden.] Reeds
op grond van die verklaring -inhoudende dat de uitleg van de
Technische Commissarissen van de artt. 2.4 en 2.6.8 van het
Reglement D.T.C.C. juist is- is het College van mening dat
bewerking van de kleppen niet is toegestaan.[hoe luidt dit uitleg dan? Waarom is deze juist en van Ploeg onjuist?] Dit geldt des te
meer nu de verklaring van de heer D. Fürst wordt bevestigd
door de verklaringen van de heren P. Riches (lid van de FIA
Touringcar Commission) en de heer J. Berger (belast met de
technische zaken binnen de FIA) en voorts in overeenstemming
is met Artikel 254.4 van de Appendix J van de FIA. De door
appellante overgelegde verklaringen van de heer G. Schmitz en
Beek Autoracing doen hieraan naar de mening van het College
niet af. [waarom niet?]
15. Bovendien acht het College de zienswijze van appellante
dat de in- en uitlaatkleppen van de cilinderkop fysiek deel uit
maken van de in- en uitlaatkanalen voorzover zij door hun positie
in het stroomgebied in contact komen met de in- en uitlaatgassen,
onjuist. Met de HTC is het College van mening [is deze mening gebaseerd op een artikel in het Technisch Reglement en zo ja welke dan?] dat de cilinder-
kopkleppen dienen te worden beschouwd als op zichzelf staande
onderdelen, met als doel het doorlaten en afsluiten van de gasstromen.
Als zodanig zijn deze kleppen derhalveniet als een onlosmakelijk deel van de cilinderkop, zoals klepzittingen en klepgeleiders dat
zijn, te beschouwen. [dit is een prachtige cirkel redenering]
16. Anders dan appellante voorts heeft betoogd is het College van
mening dat uit het feit dat ten aanzien van art. 2.6.8 van het
Reglement D.T.C.C. een note, zoals wel opgenomen ten aanzien
van art. 2.6.8.2 van bedoeld Reglement, ontbreekt, niet kan worden
afgeleid dat het bewerken van de kleppen om die reden wel zou
zijn toegestaan. Dit temeer niet, gezien het feit dat in art. 2.6.8
expliciet wordt bepaald dat de klepzittingen en klepgeleiders
wel vrij zijn, waaruit naar de mening van het College ook volgt
dat de kleppen niet zijn vrijgegeven en dus niet mogen worden
bewerkt.[deze redenering van het College komt mij juist voor. Immers het systeem is dat wijzigen niet mag tenzij expliciet toegestaan]
17. Op grond van het bovenstaande komt het College tot de volgende
uitspraak:
A. Verklaart appellant ontvankelijk in de beide door haar
ingestelde beroepen tegen de beslissingen van de sportcommissarissen
d.d. 10 juni 2000;
B. Wijst de beroepen van appellante af;
C. Bevestigt de door de sportcommissarissen genomen beslissingen
tot uitsluiting van race 3 en 4 van de door appellante ingeschreven
auto's met startnummer 16, rijder Duncan Huisman en startnummer 17,
rijder Sandor van Es, voor de Internationale Autoraces van 13/14 mei 2000;
D. Verstaat dat de beroepsgelden komen te vervallen aan de KNAF;
E. Legt appellante een bijdrage op in de kosten van het geding ad ƒ 1.000,-
[Het is jammer dat Ploeg niet het Supplementary Regulations A van het evenement erbij gehaald heeft. Daarin staat namelijk dat de Nederlandse reglementen de goedkeuring hebben van de KNAF. Dit betekent m.i. dat het Duitse Technische Reglement die vereiste goedkeuring niet had en derhalve buiten toepassing had moeten blijven. Wellicht had dat een andere licht op de zaak geworpen. Dan was er geen kapstok geweest waaraan deze zaak kon worden opgehangen]
Aldus gedaan te Leiderdorp, d.d. 20 juli 2000
Het College van Beroep
voor deze,
mr H.L. Duijm, voorzitter
Please note: this info is meant for educational and demonstrative purposes only. Review this legal information with your motor sports attorney before using them in your particular situation.
Motorsportlaw.org makes no warranties, express or implied regarding the use or legal enforceability of the legal information listed on this site.