Het Collega van Beroep voor Autosport boog zich in 1999 4 keer over een beroep wat ingediend was door een coureur uitkomende in de Alfa Challenge. Dit aantal is opmerkelijk hoog en voor de helft te verklaren door de hevige competitiestrijd tussen het Illy-team met het Versatel-team. De twee andere zaken stonden hier los van en zullen als eerste worden besproken. Schaafsma ging tijdens de Marlboro Masters bij het insturen van de Slotemakerbocht op hoge snelheid "over zijn dak". De aanleiding van dit ongeval was dat Schaafma bij het aansnijden van deze bocht links werd geraakt door Ciapponi. De laatste rijder werd hiervoor niet gestraft en daartegen ging Schaafsma in beroep. Tijdens de zitting werden videobeelden getoond en Schaafsma stelde dat de bocht hem toekwam en Ciapponi hem ruimte had moeten geven in plaats van de Alfa 156 te "laten staan". In feite vroeg Schaafsma aan het College om een uitspraak te doen over de ongeschreven 2/3-1/3 regel. Bayer ging in beroep omdat hij door het College van Sportcommissarissen was uitgesloten tijdens de Marlboro Masters wegens inhalen onder geel. Bayer ontkende dit met klem. Het opgemaakte baanrapport kon het College van Beroep niet overtuigen. Er waren geen beelden (Bayer reed achter in het veld). De beslissing van uitsluiting werd vernietigd. Bayer kreeg zijn protest en beroepsgeld terug en werd weer opgenomen in de uitslag. Dat het ook anders kan aflopen ondervond Kerseboom. Wegens inhalen tijdens safety car procedure onder geel bij post 21/22 tijdens de Marlboro Masters werd hij bestraft met 10 strafseconden waardoor hij zijn podiumplaats verloor. Hij ging in beroep tegen de opgelegde straf. Zijn advocaat stelde dat Kerseboom wel ingehaald had maar de gele vlag door slechte weersomstandigheden niet had kunnen gezien. Deze stelling werd als ongeloofwaardig gemotiveerd terzijde geschoven met de constatering dat de gele vlag reeds vanaf post 20 uithing. De opgelegde 10 seconden straf werd vernietigd en vervangen door de straf van uitsluiting, plus uiteraard de veroordeling om de kosten van het geding te dragen (FL 1000,--). De apotheose van Alfa 156 Challenge beroepen werd gevormd doordat de titelkandidate Uljee in beroep ging tegen een tijdstraf van 30 seconden welke haar was opgelegd wegens onzorgvuldig rijgedrag met botsing tot gevolg (art. 2b Bijzonder Reglement Rijgedrag). Deze straf werd haar opgelegd nadat Gesman -het slachtoffer- protest had ingediend. De uitkomst van deze beroepszaak zou later doorslaggevend blijken te zijn voor het behalen van de eerste Challenge titel. Het werd niet Uljee (Illy-team) maar Van Vliet (Versatel-team).
Menno Schaafsma versus Ciapponi
Motorsportlaw.org acht het terecht dat het College die uitspraak niet deed. Het College van Autosport rechtspraak staat immers niet opgesteld om op verzoek van een coureur een ongeschreven autosportnormen te codificeren. Nee, het College heeft tot taak op de beslissingen van het College van Sportcommissarissen te beoordelen en dat is iets anders.
Hoewel Schaafsma meende een nobel doel na te streven in het belang van de autosport, kwam hij van een koude kermis thuis. Het College maakte korte metten met het beroep en oordeelde dat Schaafsma rekening had moeten houden met de inhaalmanoeuvre van Ciapponi. Door dit niet te doen werd hij geraakt. De onjuiste beoordeling kwam voor rekening van Schaafsma. De beslissing om Ciapponi niet te bestraffen werd bevestigd en Schaafsma werd veroordeeld in de kosten van het geding (FL 1.000,--). Verder bleef het beroepsgeld in de kas van de KNAF.
Boris Bayer versus College van Sportcommissarissen
Frank Kerseboom versus Marcel van Vliet
Gaby Uljee versus Berend Gesman
Het was een pittige zitting. Zowel Uljee als Gesman hadden advocaten ingeschakeld die alles uit de kast haalden om het College van hun gelijk te overtuigen. Mocht u geinteresseerd zijn in de pleitnotities van de betreffende advocaten dan zijn deze opvraagbaar bij info@motorsportlaw.org.
Ter zitting maakte Uljee op een selectieve wijze gebruik van videomateriaal, nl. door de hardste tik voor de Nissanbocht weg te laten. Kennelijk trachtte Uljee daarmee aan te tonen dat het Gesman was die haar van de baan had gedrukt. De advocaat van Gesman pareerde dat Uljee geen protest tegen Gesman had ingediend, zodat zijn gedrag ter zitting niet ter discussie kon staan. Bovendien was het selectief omgaan met het bewijsmateriaal voor de advocaat van Gesman een schot voor open doel. Hij toonde zonder verdere becommentariering de volledige band.
De door Uljee weggelaten beelden vormde voor het College voldoende aanleiding om de opgelegde straf te handhaven en het beroep af te wijzen. Uljee werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Motorsportlaw.org merkt op dat als gevolg van deze zitting er een nieuw artikel 19.2 en 20 in het Reglement Autosport Rechtspraak 2000 is opgenomen. Deze wijziging beoogt herhaling van selectief gebruik van bewijsmiddelen te voorkomen (zie verder onder het artikel nieuwe KNAF reglementen elders op deze Site).
Please note: this info is meant for educational and demonstrative purposes only. Review this legal information with your motor sports attorney before using them in your particular situation.
Motorsportlaw.org makes no warranties, express or implied regarding the use or legal enforceability of the legal information listed on this site.