UITSPRAAK VAN HET COLLEGE VAN BEROEP VOOR AUTOSPORT
Inzake M. Broekhuizen.
Annotaties staan tussen [..]

1. Het College van Beroep voor de Autosport - bestaande uit de heren mr J.W.G. van Rosmalen, voorzitter, J.H.A.W. Grimmelt en G. van Lennep, leden- is op 6 februari 2001 in het vergadercentrum "Rhenomare" te De Meern bijeengekomen ter behandeling van het beroep dat door de heer M. Broekhuizen was ingesteld tegen de uitspraak van het Tuchtcollege d.d. 20 november 2000.

2. Het College heeft kennis genomen van de tevoren overgelegde processtukken genummerd 1 tot en met 11.

Ter zitting zijn gehoord:
Namens de gedaagde
Zijn raadsman mr Breus van der Horst
Getuigen namens gedaagde
mw. M. van der Stok en de heer S. Spies
Namens de KNAF
mr M. Bödicker [als advocaat of als bestuurslid?]
Namens de organisatie
de heer G. Du Pré
["slachtoffer" Kormelink verscheen niet ondanks opgeroepen te zijn. Benieuwd of het College gebruikt maakt van art. 21.2 RAR waarin staat dat zij straffen op kunnen leggen aan niet verschenen getuigen. Zo niet, dan raadt Motorsportlaw.org aan voortaan niet meer aan oproepen van College te voldoen indien dat beter uitkomt]

3. De raadsman van de heer Broekhuizen voerde namens appellant het volgende verweer:

A. De uitspraak van het Tuchtcollege is in strijd met art. 13.1 van het Reglement Autosport Rechtspraak (hierna "RAR") van het ASJ 2000.


Het College heeft geconstateerd dat het aanvankelijk de bedoeling was dat het Tuchtcollege zou bestaan uit vier personen, waaronder 1 adjunct-lid (te beschouwen als rechter-plaatsvervanger). Dat zij naam niet voorkomt op de in 2000 ter informatie van de betrokkenen in het ASJ gepubliceerde lijst doet niet ter zake. Benoemingen vinden ook plaats nadat het ASJ is uitgekomen.
Tegen het feit dat 1 van de 4 een adjunct-lid was is trouwens geen bezwaar ingebracht [hoe had Broekhuizen dat moeten weten?]. De 4e persoon kon echter door force majeure niet aanwezig zijn, reden waarom de voorzitter van het Tuchtcollege gevraagd heeft [is dit waar??]of de partijen zich ermee konden verenigen dat zijn plaats zou worden ingenomen door de adjunct [hierin voorziet het reglement geenszins en mag dus niet], die overigens 7 dagen later door het Federatiebestuur is benoemd tot lid [is irrelevant]. Aangezien alle betrokkenen zich ermee konden verenigen dat zodoende een Tuchtcollege van 3 personen werd gevormd zijn daarmee de formele grieven afgedaan dat het Tuchtcollege uit minder personen bestand dan aangekondigd en dat er een adjuct-lid deelt uit maakte van het Tuchtcollege [hier slaat het College de plank mis, het reglement schrijft ten minste 3 leden voor, dus niet 2 leden en 1 adjunct-lid.]
[dit punt is niet ter zitting behandeld zoals voorgeschreven in art. 22.1 RAR maar in de 'achterkamertjes' van de KNAF Daarmee was dit niet te controleren voor de gedaagde. Dit heeft naar de smaak van Motorsportlaw.org weinig met rechtspraak te maken. Wordt vervolgd].

B. Het Tuchtcollege had het verzoek van de KNAF niet ontvankelijk moete verklaren omdat niet blijkt dat het KNAF bestuur tot dit besluit is gekomen.


Het College is van mening dat een beslissing van het KNAF Bestuur door de secretaris van het KNAF Bestuur mag worden ondertekend en verzonden als is gebeurd. Bovendien heeft het College geen redenen om te twijfelen aan de verklaring van de heer Bodicker dat het KNAF bestuur tijdens een vergadering [welke?] tot dit besluit is gekomen [oncontroleerbaar, maar het staat wel vast dat alleen Gijs van der Koogh kopie van de stukken heeft ontvangen en niet alle overige KNAF bestuursleden].

C. Het KNAF Bestuur heeft verzuimd om beklaagde Broekhuizen te horen alvorens tot het aanspannen van een procedure over te gaan. Dit is in strijd met art. 175 CSI.


Het College is van mening dat de verwijzing naar art. 175 CSI in dit geval niet juist is aangezien dat artikel betrekking heeft op een protest bij een evenement, terwijl het hier een verzoek betreft van het KNAF Bestuur om een zitting van het Tuchtcollege.
[klopt, maar het gaat om de regel dat je eerst iemand hoort voordat je hem beschuldigt, zoals bijv. staat in art. 175 CSI]
Uiteraard heeft het Tuchtcollege zowel beklaagde als een vertegenwoordiger van het KNAF Bestuur tijdens deze zitting gehoord [klopt, maar dat was het punt niet wat bepleit werd].

D. Gerard Du Pré kan geen stukken indienen als getuige, aangezien hij geen getuige is geweest van het voorval. Ditzelfde geldt voor de getuigenverklaring van de heer Franklin Groot Kormelink. Het Tuchtcollege had deze stukken derhalve terzijde moeten schuiven.


Het College is van mening dat beide brieven bedoeld zijn als verzoek om een tuchtzaak aanhangig te maken conform art. 3.3 van het RAR. Beide personen hebben respectievelijk organisator en licentiehouder het recht hiertoe[ klopt, nu staat vast dat "hearsay" oftewel van horen zeggen ook tot een tuchtzaak kan leiden, het is maar dat de heren rijders het weten. Zonder dat je zelf iets gezien heb, kun je een concurrent een tuchtzaak aan de broek doen].De brieven zijn ook als zodanig en niet als getuigenverklaring ingebracht.
<

E De getuigenverklaring van de heer Willemsen kan niet gebruikt worden aangezien hij niet tot de categorieën behoort zoals omschreven in art. 3.2 van het RAR.


Het College vindt dit argument niet relevant aangezien de heer Willemsen monteur is [maar geen licentiehouder, of andere functionaris zoals art 3.2 RAR vermeldt ] van de heer Groot Kormelink en als zodanig deel uit maakt van zijn team. In art. 123 CSI staat vermeld dat de inschrijver verantwoordelijk is voor zijn team en alle leden die daartoe behoren. In de hoedanigheid van teamlid begaf de heer willemsen zich met de heer Groot Kormelink naar het podium en liep de heer Willemsen zijn letsel op [dit is ter zitting gesteld noch gebleken. Bovendien is het juridische onzin, het gaat er hier om wie een tuchtzaak aanhangig mag maken en dat is specifiek gedefinieerd. Het College ligt hiermee de hand.]

F. De brief van de heer Nicky Groot Kormelink is te laat ontvangen, namelijk niet binnen 14 dagen nadat het voorval zich had voorgedaan en had daarom door het tuchtcollege terzijde moeten worden geschoven.


Het College stelt hier tegenover dat het Tuchtcollege niet bijeen is gekomen op basis van de brief van de heer Nicky Groot Kormelink, maar op basis van de brief van het KNAF Bestuur [klopt, maar dit had dus gewoon conform reglement moeten zeggen, meneer Kormelink u bent te laat. Barbertje Broekhuizen moest kennelijk hangen]
Het feit dat de brief van de heer Nicky Groot Kormelink een maand na het voorval is verstuurd is dus niet relevant [volgens het reglement wel, maar dat telt kennelijk niet meer]
Omdat het stuk wel meer dan 7 dagen voor de zitting is ingeleverd[ dat was het punt niet].

G. De heer Broekhuizen handelde uit noodweer [of zoals bepleit overmacht, maar dat verweer bespreekt het College in het geheel niet].


Het College kan appellant in het geheel niet volgen waar gesteld wordt dat er sprake is van zelfbescherming door het toedienen van een klap [rechtspreken valt niet mee. Van der Horst haalde gewoon de toepasselijke jurisprudentie aan wanneer noodweer of overmacht tot strafuitsluiting kan leiden].
Uit getuigenverklaringen en hetgeen het College is gebleken ten aanzien van de situatie ter plekke is er geen sprake van geweest dat in de volte [??] van de zaal welbewust [niet gesteld] een route zou zijn die uitdagen zou zijn voor Broekhuizen [niet gesteld, gesteld werd -onderbouwd met getuigenverklaring- dat Kormelink de eerste duw uitdeelde].
Het gaat niet aan het toedienen van klappen waarbij een persoon zelfs werd 'gevloerd' te bagatelliseren [niet gebeurd, alleen bepleit dat er geen straf behoorde te worden opgelegd].
Zeker bij de autosport, waar discipline een eerste veiligheidsvereiste is, is het onacceptabel wanneer rijders hun zelfbeheersing verliezen [klopt, maar dit was een feestje in een commerciële zaal na afloop van het seizoen].

H. De KNAF hanteert twee maten omdat er voorbeelden van vechtpartijen zijn waarop door de KNAF niet is gereageerd [de raadsman wees o.a. op het incident Verstappen].


Het noemen van voorvallen waarbij naar de subjectieve mening [dat is een mening altijd] van appellant het Tuchtcollege bijeen had moeten roepen heeft geen enkele zin.
[ooit gehoord van het gelijkheidsbeginsel?]
Overigens is de verwijzing naar gebeurtenissen op een commerciele baan in Belgie, waar de KNAF niets mee van doen had [net zo min als bij een feestavond], ook nog eens een heel ongelukkig gekozen voorbeeld.[Verstappen is toch ook een Nederlandse licentiehouder? Broekhuizen wordt gestraft omdat hij de autosport schaadde. Deed Verstappen dat dan niet?]

I. De strafmaat is te hoog en niet in vergelijking met wat gebruikelijk is bij andere sporten.[voorbeeld Blijlevens: 1 maand geschorst voor klap Julich Tour 2000]


Het College is van mening dat de strafmaat niet vergeleken kan worden met anders sporten omdat het specifieke karakter van de autosport een andere strafmaat vraagt. Zoals ook onder punt G vermeld is het zeker bij de autosport, waar discipline een eerste veiligheidsvereiste is, onacceptabel wanneer rijders hun zelfbeheersing verliezen.
[mee eens, maar daar ging de zaak niet over. Het ging er om of Broekhuizen gestraft moest worden. De feiten waren reeds bekend en toegegeven, maar hij handelde uit zelfverdediging. Dit wordt niet weerlegd door het College. Bovendien zou je van het College mogen verwachten dat zij zich aan reglementaire en procesrechtelijk discipline houden indien zij recht wenst te spreken.]
4. Alles overwegende komt het College tot de volgende conclusie:
* de formele bezwaren worden afgewezen op grond van de argumentatie als hierboven gegeven [de argumentatie is gedeeltelijk in strijd met haar eigen reglement]
* de feiten zoals weergegeven in de uitspraak van het Tuchtcollege zijn juist.
5. Op grond van het bovenstaande komt ons College tot de volgende uitspraak: A. Het College verklaart het beroep van de heer Broekhuizen ontvankelijk;

B. Het College ziet geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen in de uitspraak van het Tuchtcollege;
C. Het College veroordeelt appellant tot de kosten in dit geding, evenals bij het Tuchtcollege te stellen op f 1250,-.

Aldus gedaan te De Meern, d.d. 6 februari 2001-02-18 Het College van Beroep voor de Autosport Rechtspraak
Voor deze,
Mr J.W.G. van Rosmalen,
Voorzitter.

[Positief aan deze uitspraak is dat het College gestreeft heeft naar een beoordeling van ieder afzonderlijk verweermiddel, zodat nu tenminste vast staat hoe het College over iets denkt.]