College
van Beroep
Zitting:
6 februari 2001, 20.00 uur
Inzake
beroep van
M.
van Broekhuizen
Advocaat
: mr. Breus van der Horst
tegen
Tuchtcollege van de KNAF,
uitspraak
d.d. 20 november 2000
Advocaat
: mr. M. Bodicker
Geachte Voorzitter, geacht College,
De heer Broekhuizen is door het Tuchtcollege van de KNAF bestraft
met intrekking van zijn licentie voor alle takken van autosport
voor de periode van 2 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk en
betaling van de kosten van het geding vastgesteld op
1.250,--. Appellant werd verantwoordelijk geacht voor de slagen
die aan de heren Willemsen en Nicky Groot Kormelink werden
toegebracht na afloop van het NK autocross evenement te Kotten op
23 september 2000. Op grond van de hierna geformuleerde grieven
is Appellant van mening dat voornoemde uitspraak vernietigd dient
te worden:
Grief
1: Onvolledige kamer
De uitspraak is in strijd met art. 13.1 RAR totstandgekomen. De
voorzitter van het Tuchtcollege had voor deze zitting namelijk
een kamer gevormd bestaande uit 4 personen. De vierde persoon is
echter niet verschenen. Dat betrokkenen zich blijkens de
uitspraak desgevraagd accoord verklaarden met de samenstelling
van het Tuchtcollege is daarbij irrelevant.
Grief
2: Het Tuchtcollege hield zitting met te weinig leden
Artikel 13.1 RAR schrijft voor dat het Tuchtcollege zitting houdt met ten minste 3 leden. Het Tuchtcollege bestond echter slechts uit 2
leden, t.w. de heren J.L.M. Fruytier en J.A. Kok. Met alle
respect voor de heer C.P.C. van den Enden, maar hij was ten tijde
van de uitspraak niet tot lid benoemd (vgl. art. 8.1 RAR en pag.
9 Autosport Jaarboek 2000 en 2001). De toepasselijke reglementen
voorzien niet in de mogelijkheid om een plaatsvervangend lid in
het Tuchtcollege zitting te laten nemen. De heer van den Enden
mocht dus niet in plaats van het niet verschenen lid zitting
nemen. Het spreekt voor zich dat het Tuchtcollege zich aan haar
eigen reglementen heeft te houden. Nu zij dit niet heeft gedaan
kon het Tuchtcollege niet rechtsgeldig straffen opleggen.
Broekhuizen wordt door deze uitspraak ernstig geschaad. Zijn
licentie is gedurende 1 jaar ingetrokken. Daardoor kan hij niet
aan het NK autocross 2001 deelnemen. Broekhuizen verzoekt u thans
de zitting te schorsen, over deze twee grieven te beraadslagen en
onmiddellijk mondeling uitspraak te doen. Daarna zal Broekhuizen
zonodig zijn overige grieven in het geding brengen.
Grief
3: Niet-ontvankelijkheid
De KNAF heeft bij het aanhangig maken van de zaak in strijd
gehandeld met het RAR. Het Tuchtcollege had het verzoek van de
KNAF niet-ontvankelijk moeten verklaren. Broekhuizen motiveert
dit als volgt: Processtuk 1 had conform art. 3.3 RAR ondertekend
moeten zijn door het KNAF-bestuur en dat is niet gebeurd. Het is
ondertekend door de heer A. Slotboom, hoofd van het
Federatiebureau. Hij behoort echter niet tot het KNAF-bestuur.
Als wij hem moeten geloven heeft hij getekend in opdracht van de
heer M. Bödicker. In het dossier ontbreekt echter een daartoe
strekkende volmacht.
Maar zelfs al zou die er wel zijn geweest, dan staat daarmee nog niet
vast dat het KNAF-bestuur besloten heeft tot het aanhangig maken
van de zaak. Daarmee voldeed het verzoek niet aan de eisen van
art. 3.3 RAR. Dit klemt temeer omdat ook het Tuchtcollege had
moeten zien dat uit de stempels op de processtukken blijkt dat
uitsluitend "Gijs" (bedoeld wordt mr. Gijs van der
Koogh) en niet alle overige KNAF-bestuursleden kopie van de
stukken kregen. Bovendien acht Broekhuizen het onzuiver dat de
openbaar aanklager het secretariaat van Tuchtcollege gebruikt om
de zaak aanhangig te maken (art. 12 RAR).
Grief
4: Verzuim hoorplicht
Broekhuizen is over het voorval niet gehoord. Dit is in strijd met artikel 175 van de Sporting Code van de FIA. Blijkens processtuk 3
("naar aanleiding van uw verzoek") is de heer Slotboom
kennelijk wel pro-actief geweest om verklaringen te vergaren van
Groot Kormelink, maar hij heeft verzuimd Broekhuizen om een
verklaring te vragen. Ook de heer Bödicker heeft nimmer contact
opgenomen met Broekhuizen. De KNAF schendde daarmee het zo
fundamentele beginsel van hoor en wederhoor. De heer Slotboom
heeft zonder Broekhuizen te horen letterlijk stukken uit de brief
van Willemsen overgenomen en ging geheel voorbij aan de
rechtvaardige belangen van Broekhuizen om zijn verklaring te
mogen geven. Een zorgvuldig handelende "openbaar
aanklager" onderzoekt de zaak eerst door de vermeende dader
te horen voordat hij het KNAF-bestuur laat beslissen over het
aanhangig maken van een tuchtzaak. Die zorgvuldigheid ontbreekt
in dit dossier. De KNAF handelde in strijd met de goede
procesorde. Dat Broekhuizen later bij het Tuchtcollege zijn zegje
kon doen is irrelevant.
Grief
5: Du Pré en Franklin Groot Kormelink waren geen getuigen
Processtukken 2 en 3 zijn opgemaakt door respectievelijk de heren Du Pré en Franklin Groot Kormelink, de broer van Nicky Groot Kormelink. Zij waren bij het voorval zelf niet aanwezig en kon derhalve geen
getuigen zijn, terwijl deze stukken stellig zijn opgeschreven
alsof het hier hun eigen waarnemingen betroffen. Deze stukken
dienen dan ook buiten beschouwing te blijven. In ieder geval
kunnen deze stukken niet als feitelijk juist worden beoordeeld,
zoals blijkt uit de verklaring van de overige getuige.
Grief
6. Willemsen's brief is irrelevant
De heer Willemsen is geen licentiehouder van de KNAF. Op grond van
art. 3.3. RAR had het Tuchtcollege processtuk 4 ter zijde moeten
leggen. Willemsen is immers geen persoon of organisator als
bedoeld in art. 3.2 RAR. Bovendien liep de heer Willemsen tijdens
het voorval vóór de heer Groot Kormelink en kon hij derhalve
geen getuige zijn van het voorval tussen Groot Kormelink en
Broekhuizen. De heer Willemsen stond voor het verkeerde loket.
Het Tuchtcollege had hem c.q. de KNAF op dit punt niet moeten
ontvangen. Voor Willemsen stonden andere rechtsgangen open.
Daarvan wenste hij echter geen gebruik te maken.
Grief
7.Nicky Groot Kormelink's verzoek was te laat
Processtuk 5 was gelet op art. 15.2 RAR tardief. Het verzoek van Nicky Groot Kormelink aan de KNAF is gedateerd 22 oktober 2000. Dat is een
maand na het voorval en twee weken na het verval van de
voorgeschreven indieningstermijn. Toch heeft het Tuchtcollege
verzuimd dit in hun uitspraak mee te nemen. Niet valt in te zien
waarom Franklin Groot Kormelink en Du Pre wel tijdig indienden en
Nicky Groot Kormelink dat redelijkerwijze niet zou hebben gekund.
Kennelijk wachtte Nicky af op de dingen die zouden gaan gebeuren.
Hij liet anderen de kastanjes uit het vuur halen. Toen dat niet
bleek te werken, moest hij zelf initiatief nemen, maar toen was
hij te laat. Broekhuizen stelt dan ook dat Nicky Groot Kormelink
misbruik c.q. oneigenlijk gebruik maakt van het Tuchtrecht met
als enige doel een concurrent uit te schakelen. Processtuk 5 had
dan ook naar de mening van Broekhuizen voor de KNAF aanleiding
moeten zijn om een andere beslissing te nemen dan zij gedaan
heeft. In ieder geval had het Tuchtcollege daar in haar uitspraak
aandacht aan moeten besteden. Dit is niet gebeurd. Deze grief
geldt eveneens voor processtuk 6.
Grief
8. Zelfbescherming
Broekhuizen heeft zelf ter zitting erkend dat hij de heren Nicky Groot
Kormelink en Willemsen ieder 1 slag heeft toegebracht. Dat is het
punt niet meer. Broekhuizen verweerde zich dat hij uit zelfbescherming handelde. De uitspraak van het Tuchtcollege bevat echter geen gronden waarom dit verweer werd verworpen. De uitspraak voldoet derhalve niet aan de vereisten van art. 27.2 RAR. Juridisch gezien kwalificeerde Broekhuizen's verweer als een beroep op overmacht of noodweer. Gelijk in ons commune recht wil het toebrengen van slagen immers nog niet zeggen dat zulks verwijtbaar is.
Er zijn nu eenmaal in de wet
strafuitsluitingsgronden vastgelegd. Uit de situatie ter plekke
en getuigenverklaringen blijkt dat de heren Groot Kormelink en
Willemsen zčlf de confrontatie hebben gezocht. Zij hebben zich
op weg naar het podium begeven naar de plaats in de zaal waar
Broekhuizen stond. Er heerste een gespannen sfeer, doordat bij
vele rijders -w.o. Broekhuizen- de indruk bestond en nog steeds
bestaat dat de organisator Du Pré en sponsor van het evenement
Groot Kormelink zich het kampioenschap op een oneigenlijke wijze
naar hen hadden toegetrokken. In zo'n sfeer zoek je geen
confrontatie en zorg je ervoor dat je geen aanleiding geeft tot
escalatie. Dat gebeurde toch. Groot Kormelink stootte Broekhuizen
in de rug. Hoewel Broekhuizen niet agressief van aard is, deelde
hij als schrikreactie een tik uit. Meer was het ook niet.
Willemsen draaide zich vervolgens naar Broekhuizen. Broekhuizen
stond met zijn rug naar de hangtafel en kon daardoor niet
achteruit lopen. Hij had een agressieve blik in de ogen waardoor
Broekhuizen de situatie zo opvatte -en zo op mocht vatten- dat
hij in onmiddellijk dreigend gevaar verkeerde. Ter noodzakelijke
verdediging van zijn eigen lijf heeft Broekhuizen hem vervolgens
1 slag toegebracht.
Grief
9. Twee maten
De KNAF hanteert twee maten. Broekhuizen brengt in herinnering de
veel ernstiger vechtpartij van Jos Verstappen. De KNAF trad daar
niet tegen op. Datzelfde geldt voor de vechtpartij tijdens de
laatste Marcos race op Zandvoort. Die is wel 3 keer op televisie
geweest en ook daar schitterde de KNAF door afwezigheid.
Broekhuizen is een autocrosser met een klein budget. Hij werd wel
aangepakt en nog hard ook.
Grief
10. Strafmaat
De strafmaat is veel te hoog. Ter vergelijking: Jeroen Blijlevens is
door de UCI voor 1 maand geschorst voor de slag die hij na de
slotetappe van de Tour 2000 verkocht aan Julich. Broekhuizen
krijgt 2 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Dit staat in geen
verhouding.
Tot
slot
Mocht u ondanks de aangevoerde argumenten termen aanwezig achten om
Broekhuizen te straffen, dan verzoekt hij u om in redelijkheid en
billijkheid de opgelegde straf te beoordelen, waarbij u wellicht
rekening kunt houden met de onberispelijke staat van dienst van
Broekhuizen. Hij is al zes jaar licentiehouder van de KNAF. Naast
het feit van "first offender" is bij bovendien na het
voorval tot "Man van het Jaar" verkozen door zijn club.
Ook is hij inmiddels voor het eerst vader geworden. Daaruit moge
wel blijken dat hij het hart op de goede plaats heeft en niet nog
eens de fout in zal gaan. Op basis van het voorgaande -al dan
niet in samenhang bezien- verzoek ik uw College als hoogste
rechterlijke autosport instantie in Nederland te beslissen:
a.Broekhuizen's beroep ontvankelijk te verklaren;
b.Zijn beroep toe te wijzen;
c.De beslissing van het Tuchtcollege d.d. 20 november 2000 te
vernietigen, althans de nadelige werking daarvan te ontnemen;
d.Bij uw uitspraak rekening te houden met de beperkte financiële
draagkracht van Appellant;
e.Zo u toch termen aanwezig acht om Broekhuizen te straffen, deze
straf te beperken tot een voorwaardelijke straf.
Dank u.
De gemachtigde, Mr Breus van der Horst
Please note:
this info is meant for educational and demonstrative purposes
only. Review this legal information with your motor sports
attorney before using it in your particular situation.
Motorsportslaw.org makes no warranties, express or implied
regarding the use or legal enforceability of the legal
information listed on this site.
1