Pleitnotities mr F.C. Kollen, advocaat van de KNAF inzake beroep Carly Motors.

[Noot Motorsportlaw.org: Hieronder treft u de pleitaantekeningen aan van de advocaat van de KNAF, mr F.C. Kollen, inzake het beroep van Carly Motors tegen de uitsluiting van zijn BMW's van de DTCC-races op 14 mei 2000 omdat de TC had vastgesteld dat de kleppen van beide auto's niet voldeden aan art. 2.4 en 2.6.8 van het DTCC-reglement.
Het is uitermate jammer dat de advocaat van de KNAF alleen het beroepschrift van Carly Motors behandeld en een niet-ontvankelijkheid van het beroep probeert te bewerkstellingen op grond van art. 33.2 Reglement Autosport Rechtspraak. Daarbij ziet hij voor het gemak art. 33.3 van dat reglement over het hoofd. Daarin staat dat het College van Beroep een appellant in de gelegenheid kan stellen om een ongemotiveerd beroep alsnog te motiveren. Nu het College dit niet gedaan heeft, zou je toch mogen aannemen dat het beroep weldegelijk voldoende gemotiveerd is.
Een beroepschrift is immers wat anders dan een pleitnotitie. Het College heeft het beroep dan ook gewoon ontvangen en de KNAF ving bot op dit punt.
In feite doet de advoaat van KNAF hetzelfde als Carly Motors: om de hete technische brei heen dansen. Overigens heeft Carly Motors wel een inhoudelijk technisch verweer gevoerd ter zitting, zoals even verderop op onze website te vinden zal zijn. Die grieven behandelt de advocaat helaas niet. Hij verwijst slechts naar de verklaringen van de TC. En in het recht is het nog altijd zo, dan niet of onvoldoende betwiste feiten als vaststaand tussen partijen dienen te worden beschouwd.]

College van Beroep voor de Autosport Rechtspraak
Zitting 11 juli 2000
Pleitaantekeningen mr F.C. Kollen
in de zaak:
CARLY MOTORS B.V.
gevestigd te Leiden
gemachtigde: de heer B. Ploeg

tegen

A. College van Sportcommissarissen van de KNAF
B. Technische Commissie van de NAV
verweerders
gemachtigde: mr. F.C. Kollen

Verweerders voeren het navolgende verweer:

1. Feiten
Op 14 mei jl. zijn op het circuit van Zandvoort in de DTCC-klasse internationale autoraces gehouden waaraan namens Carly Motors de rijders Huisman (startnummer 16) en Van Es (startnummer 17) met een BMW hebben deelgenomen. Op die datum heeft de technische commissie (hierna TC) beide BMW's te Zandvoort gekeurd op cilinderinhoud, welke keuring aanleiding gaf voor een nadere keuring op 17 mei jl. te Amsterdam. Tijdens de keuring is door technisch commissaris Oudejans vastgesteld dat de kleppen van beide BMW's niet voldoen aan het gestelde in artikelen 2.4 en 2.6.8 van het TCC-reglement.
Nadien heeft de NAV bij brief van 24 mei 2000 de afdeling Techniek van de Deutsche Motor Sport Bund (hierna "DMSB") -geanonimiseerd- verzocht of de interpretatie van de technisch commissaris met betrekking tot het artikel 2.6.8 juist was, hetgeen bij fax van 29 mei 2000 van Dieter Furst is bevestigd. Vervolgens hebben de sportcommissarissen de conclusies van de technisch commissaris en van de DMSB tot de hunne gemaakt en geconstateerd dat er sprake is van een overtreding van het toepasselijk reglement en beide rijders bestraft met uitsluiting.

2. Tegen het besluit van de sportcommissarissen om naar aanleiding van de op 14 mei jl. gehouden wedstrijd beide rijders te bestraffen met een uitsluiting richt zich het op 3 juli 2000 ingediende beroep dat vier grieven bevat waarvan alleen de laatste betrekking heeft op de verweten overtreding.

3. Toepasselijke bepalingen
Op de betreffende wedstrijd zijn meer in het bijzonder van toepassing de Sporting Code van de FIA, het Algemeen Reglement Autorensport, het Reglement betreffende de autosport rechtspraak, alsmede het DTCC-reglement en in geval van twijfel over de juiste interpretatie van dit laatste reglement, het Reglement fur die DMSB-Gruppe DTC 2000.

4. Grieven en behandeling in beroep
Door Carly Motors zijn productie overgelegd welke geen betrekking hebben op de geformuleerde grieven, waarbij ik onder ander refereer aan de namens Carly Motors ingediende strafklacht en krantenpublicaties. Nu deze productie relevantie missen, verzoek ik uw commissie die producties buiten beschouwing te laten.

5. Grief 1
Deze grief heeft betrekking op de gepretendeerd schending van "elementaire regels die in elke procudure dienen te worden geeerbiedigd, zoals het beginsel van hoor en wederhoor."

Verweer
Allereerst zij opgemerkt dat Carly Motors niet vermeldt welke andere elementaire regels dan die van hoor en wederhoor zouden zijn overtreden. In beroep kan alleen worden beslist over concreet aangegeven schendingen van elementaire regels. Niet in het laatst omdat geen verweer mogelijk is tegen niet vermelde schendingen. De behandeling van Grief 1 dient zich in beroep dan ook te beperken tot de enige vermelde schending, nl. dat geen hoor en wederhoor is toegepast.

Het standpunt van Carly Motors is te dien aanzien innerlijk tegenstrijdig. Nadat eerst de sportcommissarissen wordt verweten dat het beginsel van hoor en wederhoor niet is toegepast, wordt in de daarop volgende regel erkend dat de sportcommissarissen hun besluit hebben genomen nadat Carly Motors met betrekking tot het voorgenomen besluit is gehoord. Daarmede staat vast dat de sportcommissarissen eerst hun besluit hebben genomen nadat Carly Motors is gehoord.

Noch het feit dat Carly Motors de indruk had dat het besluit van de sportcommissarissen reeds vaststond, noch het feit -indien al juist- dat door de sportcommissaris Lubin mededelingen aan derden, waaronder de pers, zouden zijn gedaan, zijn in dit opzicht relevant te achten. Het horen van de betrokkenen, zoals door Carly Motors wordt erkend, verhindert niet dat over een geconstateerde overtreding ook mededelingen aan derden worden gedaan, indien deze om informatie verzoeken.

Hoe dan ook, de hearing -zoals voorgeschreven in art. 175 van de Sporting Code van de FIA heeft plaatsgevonden, zoals Carly Motors ook erkent, zodat deze grief dient te worden gepasseerd.

6. Grief II
Deze grief heeft betrekking op de gestelde diskwalificatie van het college van sportcommissarissen nu zij -zo begrijp ik de grief- bij technische aangelegenheden zich door de TC doen voorlichten en het oordeel van die commissie zwaar laten wegen.

Verweer
Ook deze grief mist relevantie waar het de geconstateerde overtreding van de bewerkte kleppen betreft. De grief heeft veeleer betrekking op de reglementaire taken en bevoegdheden van zowel de sportcommissarissen als de TC.
Het is de taak van de sportcommissarissen na het einde van een wedstrijd een rapport in te dienen waarin zij een overzichtg geven van hun bevindingen, van bijzonderheden betreffende ingediende protesten, van de getroffen maatregelen alsmede van de adviezen betreffende eventueel nader te treffen maatregelen.

De sportcommissarissen hebben voorts een regulerende taak voor een goed en juist verloop van wedstrijden, in het kader waarvan zij ook straffen mogen opleggen. Die taak is een wezenlijk andere taak dan die van de TC. Het onderscheid in taken en bevoegdheden tussen beiden typen commissarissen is niet voor niets gemaakt. Nu uitdrukkelijk is bepaald dat sportcommissarissen adviezen kunnen inwinnen, mits die advizen in hun rapport worden vermeld, moet zij geacht worden vrij te zijn die adviezen in te winnen, alsook die te wegen zoals hen goeddunkt.

Het kan toch moeilijk worden betwist dat waar het technische aangelegenheden betreft de TC met uitsluiting van anderen bevoegd is daarover te oordelen. Zeker in kwesties als de onderhavige waar het zozeer op de techniek aankomst, is het oordeel en het advies van de TC noodzakelijk. Nog daargelaten dat de TC als enige bevoegd is keuringen uit te voeren en dat overtredingen als de onderhavige niet zonder keuring kunnen worden vastgesteld.

Dit klemt eens te meer nu is bepaald (art. C.5 van het Algemeen Reglement Autorensport) dat het hoofd van de TC gehouden is het resultaat van een keuring aan de sportcommissarissen te melden, waarna deze de uitslag kunnen bepalen.

De door Carly Motors geformuleerde grief is dan ook onbegrijpelijk nu de sportcommissarissen alvorens de uitslag te bepalen adviezen kunnen inwinnen. waaronder die van de TC, welke commissie zelfs gehouden is over het resultaat van een keuring aan sportcommissarissen te rapporteren. In het onderhavige geval is conform gehandeld.

Dat leden van het college van sportcommissarissen geen technici zijn, noch behoeven te zijn, vloeit zowel voort uit hun taken en bevoegdheden als uit het reglement voorzien zijn van een daartoe afzonderlijke ingestelde commissie, de TC.

De vraag kan ook anders worden gesteld: hoe zou Carly Motors hebben gereageerd indien de betreffende sportcommissarissen met betrekking tot een technische aangelegenheid als de kleppen in een cilinderkop, die overigens zonder demontage en keuring niet zijn te beoordelen, een beslissing zou hebben genomen zonder de technische commissie te raadplegen. Alsdan had Carly Motors met recht en rede kunnen klagen. Thans niet.

Bij gebrek aan technische kennis komt het college van sportcommissarissen ten aanzien van adviezen van de TC slechts een marginale toetsingsbevoegdheid toe. Alleen indien het evident duidelijk is dat het advies van de TC niet juist kan zijn, zal een sportcommissaris van het advies kunnen afwijken. In alle andere gevallen rest de sportcommissaris niets anders dan zich te verlaten op het oordeel van de TC. Daarmee worden betrokkenen, zoals Carly Motors, niet tekort gedaan. Het staat hen vrij, zoals ook uit deze procedure voor uw College overduidelijk blijkt om in beroep verweer te voeren tegen het advies van de TC.

Overigens is het ook in de rechtspraak bij de overheidsrechter en arbitragecommissies te doen gebruikelijk om indien de vereiste specifieke kennis niet bij de rechter of arbiter aawezig is, advies in te winnen bij een diskundige, wiens oordeel vrijwel altijd bepalend is voor de uitslag van de procedure.
Naar het oordeel van de sportcommissarissen en de TC dient Grief II op grond van het bovenstaande te worden gepasseerd.

7. Grief III
Met Grief III stelt Carly Motors dat met betrekking tot de nakeuring de procedureregels niet zijn nageleefd.

Verweer
Deze grief bevat geen andere aanduiding dan zojuist geciteerd, noch enige toelichting. In gevolge art. 33 van het Reglement betreffende Autosportrechtspraak dient het beroepschrift gemotiveerd te zijn. Grief III is op geen enkele wijze gemotiveerd en bevat zelfs niet een vage aanduiding van de procedureregels waarop wordt gedoeld. Evenmin is aangegeven wanneer, op welke wijze en door wie de gepretendeerde regels zouden zijn overtreden.

Het is ook in de tuchtrechtspraak een essentieel procesrechtrelijk grondbeginsel dat de verweerder zich kan verweren, hetgeen alleen mogelijk is indien appellant zijn grief duidelijk formuleert en toelicht. Nu dit niet is gedaan, is niet voldaan aan de reglementaire eis van art. 33.2 van genoemd reglement, maar is tevens een procesrechtelijk grondbeginsel geschonden.

Een schending van procedureregels is altijd te formuleren indien die schending inderdaad heeft plaatsgevonden. Nu deze grief niet is toegelicht, moet het er voor worden gehouden dat geen schending van enige procedureregel heeft plaatsgevonden. Carly Motors dient dan ook ten aanzien van deze grief niet-ontvankelijk te worden verklaard.

8.Grief IV
Deze grief heeft als enige betrekking op de kwestie waarvan beroep is ingesteld en betreft de interpretatie van de artikelen 2.4 en 2.6.8. van het DTCC-reglement.

Verweer
Verweerders achten hierbij als verweer ingelast de pleitnotitie van de sportcommissarissen, alsmede de door de heer Furst, hoofd afdeling techniek van de DMSB, gegeven interpretatie in zijn fax van 29 mei 2000 en voorts het e-mailbericht van de heer Riches (prod. N21) naar aanleiding van de hem met productie N20 door de heer Gabeler gestelde vraag, met het daarop eveneens van de heer Berger verkregen antwoord (prod. N22).
Het verweer ter zake van deze grief wordt ter zitting mede gevoerd door de heer Gabeler, waar het de technische aspecten betreft en door de heer Lubin, waar het de gevolgde procedure betreft. Ik verzoek u hun betoog hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Met conclusie:
Het voorgaande brengt verweerder er toe uw College te verzoeken het tegen de beslissing van de sportcommissarissen van 10 juni 2000 door Carly Motors ingestelde beroep niet-ontvankelijk te verklaren, althans de door Carly Motors ingestelde grieven af te wijzen en te bepalen dat de beslissing van de sportcommissarissen van 10 juni 2000 in stand blijft.

Leiden,

F.C. Kollen

Please note: this info is meant for educational and demonstrative purposes only. Review this legal information with your motor sports attorney before using them in your particular situation.
Motorsportlaw.org makes no warranties, express or implied regarding the use or legal enforceability of the legal information listed on this site.