Motorsportlaw.org verdedigde rijder X die geschorst werd door de KNAF voor 1 wedstrijd wegens een vermeende opzettelijke botsing. Mede op basis van onderstaande pleitnotitie werd de schorsing ongedaan gemaakt en omgezet in een voorwaardelijke intrekking van de licentie voor de duur van 6 maanden met een proeftijd tot 1 december a.s.

COLLEGE VAN BEROEP VOOR AUTOSPORT

Zitting: 30 mei 2000, 20. 00 uur

PLEITNOTITIE

Van mr Breus van der Horst

advocaat www.motorsportlaw.org

Inzake beroep van rijder X

tegen

Beslissing College van Sportcommissarissen d.d. 4 mei 2000

inzake protest Mental Theo

 

Geachte Voorzitter, geacht College,

1. Inleiding

"Zoals vaak trachtte een andere coureur te profiteren van de situatie. Hij dacht: drie honden vechten om een been en ik loop ermee heen. Het is ongelofelijk jammer dat ik op de wijze de race moest verlaten. Het liep zo lekker. We hingen aan een draadje bij de koplopers. Een prachtige race, misschien wel de mooiste tot nu toe. Maar dat hoort nu eenmaal bij de autosport. Er wordt op een faire wijze op het scherpst van de snede gereden". Aldus Mental Theo over de Paasraces in Racing & Rallying Insight (1).

Toch diende Mental Theo een protest in tegen X. X zou hem opzettelijk van de baan hebben gereden. Het College van Sportcommissarissen honoreerde het protest en bestrafte X met uitsluiting van de race en schorsing voor 1 wedstrijd.

De kern van deze zaak gaat om het begrip opzet.

Helaas is de heer X wegens zakelijke redenen verhinderd om tijdens deze zitting aanwezig te zijn. Indien u zulks wenst kan ik de heer X laten inbellen zodat u hem toch rechtstreeks kunt horen.

Ik stel voor dat wij eerst naar de video-opnamen gaan kijken, zodat wij een indruk krijgen van wat de camera heeft waargenomen. Daarna zal ik een aantal inhoudelijke en procedurele aspecten aan de orde brengen.

2. Het race incident

Aan de hand van de beelden hebben wij kunnen zien dat de heren Mental Theo, Van Buuren en Scholten in een hevig gevecht gewikkeld waren. X heeft daarbij in eerste instantie de kat uit de boom gekeken. Bij de Bocht Zonder Naam ("BZN") was het raak. Mental Theo trachtte in een alles-of-niets poging Van Buuren en Scholten te passeren. Dat ging fout, waardoor zij gedrieën ver buiten de ideale lijn geraakten.

Omdat X niet in dit gevecht verwikkeld was, kon hij wèl de ideale lijn in de BZN rijden en dus met een hogere snelheid de BZN uitkomen. Bij het uitkomen zien wij Mental Theo naar links sturen, waardoor hij de ideale lijn afkneep. Op die lijn reed echter X.

Als gevolg wat het grote snelheidsverschil tussen Mental Theo en X was er een forse impact. X raakte de deur van Mental Theo ter hoogte van de A-stijl. Volgens de ongeschreven 1/3-2/3 autosport norm had X Mental Theo in feite ingehaald. Mental Theo had X vrije doorgang moeten verlenen.

Uit de videobeelden blijkt verder dat Mental Theo in de spiegels had moeten kijken dan wel rekening had moeten houden met X. Door dit niet te doen werd Mental Theo geraakt(2).

X's zienswijze is dat Mental Theo de situatie niet juist heeft beoordeeld. Ook het feit dat Mental Theo van de baan geraakte wordt niet direct veroorzaakt door X. Dat kwam doordat een andere rijder hem van rechtsachter aantikte (wordt bevestigd door baanrapport 7 en 7a). Door de onvoorziene en onverwachte handeling van Mental Theo was X niet meer in staat om een ontwijkende manoeuvre te maken.

Het gaat hier om een ongeval wat vaker voorkomt in de racerij, aan u het oordeel of deze botsing met opzet veroorzaakt werd.

3. Het protest

Onmiddellijk na afloop van de race diende Mental Theo protest in tegen X. X zou zonder enige reden vol naar binnen zijn gereden waardoor van Buuren en hijzelf van de baan gezet werden. Ook zou X dit vooraf al gemeld hebben. X zou Mental Theo daarmee hebben bedreigd. Mental Theo verklaarde tegenover de Sportcommissarissen dat X tegen hem gezegd zou hebben dat hij nog een appeltje te schillen had (Prod. 5). Is dat een bedreiging?

X weet niet waar Mental Theo het over heeft en betwist iedere bedreiging ten stelligste. Voor de goede orde, X heeft geen protest ingediend tegen Mental Theo zodat Mental Theo's gedrag hier niet ter discussie staat.

4. De beslissing

Het protest werd door de Sportcommissarissen toegewezen. De motivering luidde dat X zonder meer bij Mental Theo binnenreed. X werd uitgesloten en geschorst voor 1 race op grond van art. 2 sub 3 Bijzonder Reglement Rijgedrag (hierna "BRR"). X zou met opzet tegen Mental Theo zijn gebotst, althans nagelaten hebben dit te voorkomen (prod. 1).

5. Opzet

Zoals gezegd draait alles in deze zaak om het begrip opzet, het zwaarste vergrijp in de autosport. Staat deze opzet voor u vast? Aan u de taak om aan de hand van andere bewijsmiddelen te beoordelen of hier sprake is van opzet.

Voor zover de Sportcommissarissen X verwijten dat hij heeft nagelaten de botsing te voorkomen, dan wijs ik u op de tekst van het tenlastegelegde art. 2 sub 3 BRR. Ook dan moet nog steeds de opzet worden bewezen.

U heeft reeds eerder uitspraken gedaan wanneer u het aannemelijk achtte dat er sprake was van opzet. Ik refereer daarbij aan de criteria die u formuleerde onder punt 10 in de uitspraak Alderden versus Euser. Geen van de daarin genoemde criteria zijn X te verwijten. Het was Mental Theo die naar links stuurde. Hij kruiste daarmee de ideale lijn van X. Door eigen toedoen geraakte Mental Theo in de problemen en week hij af van zijn rijlijn. Nadat hij zijn wagen weer onder controle had heeft Mental Theo -ondanks zijn veel lagere snelheid op dat moment- X niet de ruimte gegeven door aan de buitenkant te blijven van de BZN.

Onder deze omstandigheden kan er volgens uw eerdere uitspraken geen opzet worden bewezen. De straf van X dient dan ook ongedaan te worden gemaakt.

6. Procedurele verweren

In publicaties wordt nogal eens negatief gereageerd dat autosport-advocaten vormfouten aan de orde stellen. Toch acht ik het mijn plicht om in het belang van mijn cliënt alles in het werk stellen om de kwaliteit van de besluitvorming en de juiste toepassing van reglementen door u te laten toetsen. Ik verzoek u dan ook deze formele punten in uw uitspraak expliciet te behandelen, zodat wij voortaan weten wat de geldende normen zijn.

In deze zaak zijn fouten gemaakt die juridisch gezien zouden moeten leiden tot een vernietiging van de onderhavig beslissing van de Sportcommissarissen. Ik noem u:

1. Niet alle sportcommissaris hebben de beslissing getekend. De handtekening van de heer Blom ontbreekt (zie prod. 1). Dat lijkt een futiliteit maar is het niet. Dan is de beslissing namelijk niet geldig. Ik verwijs hiervoor naar Spoco-bulletin 1999-01 pag 10. Daarin staat: De heer van Rosmalen heeft een aantal zaken bij de FIA behandeld waaruit lering kan worden getrokken. Een voorbeeld is dat een formulier afhandeling overtredingen voortaan getekend moet worden door alle leden van het college wanneer er een straf uitgesproken wordt, omdat het anders niet geldig is(3).

2. De motivering van de sportcommissarissen (prod 2. en 2a) is in het geheel niet getekend. Ik kan niet anders dan gissen wie deze heeft opgemaakt. Het stuk dient buiten beschouwing te blijven. Overigens wordt hierin niet over bedreigingen gesproken. De opsteller merkt alleen op dat de heer X voor de race de actie had aangekondigd. Om welke actie het gaat blijft onduidelijk.

3. Het protest (prod. 3) had niet ontvankelijk moeten worden verklaard. Blijkens de aanhef van het protest is deze namelijk niet ingediend door de inschrijver, maar door de rijder. Dit is in strijd met art. 171 International Sporting Code (hierna "CSI").

4. Voor het geval u dit argument ter zijde zou schuiven op grond van art. 32.1 onder a RAR, dan stelt X dat het RAR als ongeschikte regeling niet in strijd mag zijn met de CSI. d. Uit het dossier blijkt niet dat de wedstrijdleider gehoord is. Dit is reglementair dwingend voorgeschreven in art. 174 e CSI.

5. Er is geknoeid in de tekst van het protest. In een ander handschrift dan dat van Mental Theo is bijgeschreven "bij de opstelling voor de start". Zie prod. 3. f. De door X in zijn verweerschrift (prod. 4) aangedragen getuige Eduard Peters is niet gehoord. Het onderzoek van de Sportcommissarissen is derhalve onvoldoende gebalanceerd geweest.

6. De baanrapporten zijn tegenstrijdig (prod. 7 en 8). Als de ter plekke aanwezige OCA's al van mening verschillen over de ware toedracht, waarom zou een camera die van grote afstand en dus vertekend waarneemt wel tot een juiste beoordeling leiden?

7. Het secretariaat van het College van Beroep vindt het kennelijk nodig om ongevraagd het "strafblad" van de heer X bij het dossier te voegen (prod. 6). Het strafblad is onjuist. De daarop vermelde straf van 4 oktober 1998 is vernietigd. Juridisch gezien is dit "strafblad" van generlei waarde en zou deze uw beslissing niet mogen beïnvloeden. Want zoals wij allen weten heeft uw College in de zaak Alderden-Euser vastgesteld dat het BRR 1999 geen rechtskracht toekwam. De BRR straffen van 1999 worden niet opgeteld bij de BRR straffen opgelegd in 2000. Het zou de KNAF sieren als zij zich voortaan onthoudt van dit soort acties welke kennelijk tot doel hebben u te beïnvloeden om zwaardere straffen op te leggen.

8. De straf is gebaseerd op het BRR 2000. Deze bevat beroepsbepalingen welke in strijd zijn met art. 41 van het Reglement betreffende de Autosport Rechtspraak. Dit wordt in feite erkend door de KNAF in prod. 11. Daarin staat: "Wij wijzen u er op dat in tegenstelling tot hetgeen vermeld staat in het autosport jaarboek pag. 189 besloten is dat uw eventuele beroep WEL een opschortende werking zal hebben." Wellicht kunt u in een overweging ten overvloede aandacht besteden welke gevolgen dit heeft voor het BRR 2000.

7. Tot slot

Op basis van het voorgaande -al dan niet in samenhang bezien- verzoek ik uw College als hoogste rechterlijke autosport instantie in Nederland te beslissen:

a. X's beroep ontvankelijk te verklaren;

b. Zijn beroep toe te wijzen;

c. De beslissing van het College van Sportcommissarissen d.d. 4 mei 2000 te vernietigen;

d. Zo u toch termen aanwezig acht om X te straffen, deze straf te beperken tot een tijdstraf van 30 seconden;

e. Het beroepsgeld aan X te restitueren.

Dank u.

De gemachtigde, Mr Breus van der Horst

Annotatie:

1 Het RRI interview is in zijn geheel overgelegd.

2 zie uitspraak CAR zaak Schaafsma/Ciapponi onder nr. 6.

3 zie ook uitspraak CAR Gesman-Uljee onder punt 6.

4 zie ook p. 58 KNAF Autosport Jaarboek.

Please note: this info is meant for educational and demonstrative purposes only. Review this legal information with your motor sports attorney before using them in your particular situation.
Motorsportlaw.org makes no warranties, express or implied regarding the use or legal enforceability of the legal information listed on this site.