Aug. 9, 2001: analyse beroep BMW dealerteam tegen uitsluiting van 2e race op Assen wegens het niet aanwezig hebben van 60 kg resultaat-ballast gewicht

Hieronder treft u een analyse aan van het beroep wat BMW instelde tegen voornoemde uitsluiting van Sandor van Es, wagen no. 10.

1. Beperking van het beroep

Het beroep bevat 2 grieven, namelijk:

1.dat de afhandeling en benadering onreglementair en verre van correct zou zijn geweest;

2 dat er schade is toegebracht aan de relaties die BMW met derden onderhoudt.

De grieven die BMW pas op 30 juli 2001 heeft ingediend (prod. 7) dienen buiten beschouwing te blijven. Op grond van art. 34.1.b (ASJ p. 69) zijn deze te laat ingediend. De heer Lubin heeft BMW uitdrukkelijk van de voorgeschreven 5 dagen termijn op de hoogte gesteld (prod. 4).

Als een verdere beperking van het geschil noem ik :

BMW heeft alleen beroep ingesteld tegen de beslissing van de Sportcommissaris inzake de tweede race, dus niet tegen de beslissing inzake de eerste race;

BMW heeft geen beroep ingesteld tegen de strafmaat;

BMW heeft evenmin beroep ingesteld tegen de rechtskracht van het toepasselijke reglementen, w.o. het Technische Reglement DTCC en de aanvullingen daarop (prod. 9);

Ook heeft BMW niet betwist dat het voorgeschreven resultaat-ballast gewicht niet in de houder van wagen no. 10 aanwezig was;

Dit alles staat dus niet ter discussie tijdens de behandeling van het beroep.

Voor zover de 27 producties die door BMW zijn ingebracht geen betrekking hebben op de geformuleerde en tijdig ingediende grieven, dienen deze stukken buiten beschouwing te blijven. In ieder geval komen aan de door BMW ingebrachte producties 7 t/m 21 geen betekenis toe, omdat deze geen betrekking hebben op de geformuleerde grieven tegen onderhavige beslissing.

3. Grief 1

Ik neem nu met u de grieven door. BMW stelt in zijn eerste grief dat de afhandeling en benadering onreglementair en verre van correct zou zijn geweest. Dit wordt verder niet onderbouwd.

Motorsportlaw.org is van mening dat in beroep alleen kan worden geoordeeld over concreet aangegeven reglementaire schendingen. BMW heeft die niet in zijn beroepschrift genoemd. Nu dit niet is gebeurd houdt Motorsportlaw.org het er op deze geen voorwerp van het beroep kunnen zijn.

4. Grief 2

BMW stelt in zijn tweede grief dat er schade is toegebracht aan de relaties die BMW met derden onderhoudt.

De beoordeling hiervan moet aan het College worden opvergelaten. Het is echter als vaste jurisprudentie van het College te beschouwen dat zij zich niet uitlaat over toegebrachte schade. Daar is een andere rechtsgang voor beschikbaar.

5. Enige opmerkingen tot slot

Mocht het College van Beroep toch de te laat ingediende grieven in haar uitspraak willen betrekken (prod. 7) dan is de analyse daarvan de volgende:

Geen van de formele gronden treft doel. Ze zijn niet onderbouwd dus moet het er voor worden gehouden dat er geen schending van procedureregels heeft plaatsgevonden. Ook stelt en onderbouwt BMW niet dat hij in zijn belangen of verdediging is geschaad.

Op het punt van het schenden van het beginsel van hoor en wederhoor kan ik BMW in ieder geval niet volgen. Weliswaar trok de heer Lubin ter zitting het boetekleed aan door te verklaren dat hij een volledige black-out had gehad en daarom BMW niet gehoord had. Het speet hem bijzonder. Niet duidelijk is overigens of ook de andere leden van het college van sportcommissarissen tijdens de races op Assen een black out hadden. Deze fout heeft hij echter enige dagen later na terugkomst van een zakenreis wel gecorrigeerd. Daarmee was het vormverzuim gezuiverd. Bovendien geeft BMW geeft zelf aan in zijn beroepschrift (prod. 5) dat de heer Lubin om commentaar heeft gevraagd. Daarmee staat vast dat de heer Lubin weldegelijk aan het beginsel van hoor en wederhoor heeft voldaan (zie ook prod4). Bovendien verklaarde woorvoerder Carly Pellinkhof ter zitting zelf dat hij niet op dat aanbod is ingegaan om daarmee de beslissing niet van kracht te laten worden. Als je er zelf voor kiest om niet gehoord te worden, kun je in redelijkheid geen beroep meer doen op dit vormverzuim. Dat BMW om haar moverende redenen geen gebruik maakt van de geboden gelegenheid tot wederhoor dient voor zijn eigen rekening te komen.

Mocht worden vastgesteld dat de heer Lubin het protest definitief had toegewezen zonder voorafgaand wederhoor toe te passen, dan heeft hij die vormfout afdoende gezuiverd door BMW alsnog in de gelegenheid te stellen zijn commentaar te geven (prod. 4). In redelijkheid dient deze grief dient dan ook gepasseerd te worden.

Mocht het College op grond van deze enkele formele grief de beslissing van de Sportcommissarissen toch ongedaan maken dan schept dat nogal een precedent voor de autosport. Als BMW op grond hiervan in het gelijk wordt gesteld is het hek van de dam.

Nadere toelichting voor het geval het College in mocht willen gaan op de grief van BMW dat zij te goeder trouw handelde door de gebruik te maken van de mededelingen van H. Splinter tijdens de rijdersbriefing

Voor het goed begrip, het gaat in dit beroep niet alleen om de kampioenschapspunten. Het echte belang strekt veel verder. Mocht het College namelijk gaan toestaan dat in het vervolg een Technisch Reglement tijdens een evenement door een assistent-wedstrijdleider mondeling mag worden gewijzigd, aangevuld of verduidelijkt zonder zich aan de overige voorschriften en zonder schriftelijke instemming van alle rijders, inschrijvers en sportcommissarissen dan zal dat ernstige gevolgen kunnen hebben voor de autosport in het algemeen en het DTCC in het bijzonder. Dan is iedere rechtszekerheid zoek. De leden van de organistor NAV hebben het bestuur opgedragen de reglement toe te passen. De daarin genoemde wijzigingsbevoegdheid is geen blanco cheque. De NAV moet nog steeds de overige voorschriften naleven, waar blijven wij anders. Nu weet Motorsportlaw.org ook wel dat de NAV dit niet fijn vindt, want er gaat nogal eens iets fout en dan zou de NAV daarop afgerekend kunnen worden. Haar autonomie (lees: macht) is dan in het geding. Daarom roept de NAV dat je die regels allemaal niet zo strikt moet lezen. Waarom hebben wij dan NAV-reglementen? Door deze aanpak zal de NAV geen lang leven beschoren zijn. Zij ondermijnt haar eigen bestaansrecht. Verder worden de structuren binnen de autosport doorbroken. Dat is in niemands belang, ook niet in het belang van BMW. Waarom wel een uitgebreid bulletin als het tijdschema wordt gewijzigd, compleet met handtekeningen van de sportcommissarissen etc. en waarom niets op schrift indien alleen het BMW dealerteam beoordeeld wordt door plotsklaps en onaangekondig het resultaat-ballast te mogen verwijderen. Daarmee werd de angel uit het reglement gehaald ten faveure van de koploper in het kampioenschap. Dit kan niemand volgen en zeker niet als je beseft dat het concurrende BMW team JJ Motorsport geen kilo er af mocht halen, terwijl hun auto nog zwaarder is dan de BMW's van het dealerteam.

Voor de goede orde, de toepasselijke reglementen geven geen ruimte voor anarchistisch gedrag door een organisator. De organisator mag reglementen natuurlijk wel wijzigen, mits aan de daarvoor geldende voorschriften wordt voldaan. Ter onderbouwing van deze mening noem ik u de volgende voorschriften:

1. een assistent wedstrijdleider komt op dit punt mondeling noch schriftelijk geen enkele bevoegdheid toe;

2. de reglementswijziging of verduidelijking is niet op schrift gesteld, in ieder geval niet vòòr de betreffende race;

3. geen van de inschrijvers of deelnemers is om een handtekening gevraagd, laat staan dat accoord zou zijn getekend;

4. voor zover al relevant, staat de uitleg van de heer Splinter haaks op de tekst van het Technisch Reglement DTCC, maar ook op de tekst van aanvulling no. 2;

5. mocht de heer Splinter namens de NAV als organisator hebben gesproken dan helpt hem dat dus niet;

6. Aanvulling 2 van voornoemd technisch reglement is voor het onderhavige beroep niet van belang. Immers, dit reglement bepaalt niet dat het tijd-ballastgewicht in de plaats treedt van het resultaat-belast gewicht of uit de houder verwijderd mag worden. Integendeel, zoals uit tekst van dit nieuwe reglement blijkt, werkt dit cumulatief. M.a.w. het tijd-ballast gewicht komt bovenop het toegeschreven resultaat-ballast gewicht (max. 50 kg tijd-ballaatgewicht + 60 kg resultaat-ballastgewicht). De reden voor deze cumulatie is dat de organisator het veld dichter bij elkaar wil laten rijden.

7. Verder bepaalt art. 2.4 van het Technisch Reglement DTCC (april 2001) dat iedere wijziging die niet uitdrukkelijk door dat reglement is toegestaan verboden is. En verder dat een toegestane wijziging geen verboden wijziging tot gevolg mag hebben. Het resultaat-ballast moet tijdens de wedstrijd in de houder aanwezig zijn. Dat staat in art. 2.5 3e alinea van voornoemd technisch reglement. De aanvulling op dat reglement (juli 2001) mag dus niet toestaan dat het resultaat-ballast gewicht verwijderd mag worden.

Verder noem ik u nog een aantal voorschriften die niet zijn nageleefd door de NAV:

8. Art 19 en 26 lid 2 Reglement Moderne Autoraces (ASJ p.183): geen officiële publicatie op de voorgeschreven wijze en plaats;

9.Art. 20 van dat reglement: inschrijver kan alleen rechten ontlenen aan technische informatie indien dat door de organisator schriftelijk is verstrekt en officieel is gepubliceerd;

10. Art. 20.3 van dat reglement: aanvullingen/wijzigingen die tijdens een evenement uitgebracht worden, dienen door de sportcommissarissen te worden goedgekeurd.

11. Als BMW stelt dat er anderszins een "deal" is gesloten tijdens de rijdersbriefing dan overlegt zij daarvan geen bewijs. De overgelegde handtekeningenlijst is alleen een bewijs van presentie, niet van unanieme instemming met de wijziging. De meeste aanwezige zullen de uitspraken ook helemaal niet hebben opgevat als een reglementswijziging laat staan als een wijziging met rechtskracht. Iedereen kan wel wat roepen.

Tot slot

Op grond van art. 3. lid 3 (ASJ p. 174) wordt BMW geacht alle reglementen te kennen. BMW komt geen beroep toe op het vertrouwensbeginsel, als blijkt dat de uitspraak van de heer Splinter geen rechtskracht toekomt. BMW is professioneel genoeg om te weten dat aan modelinge uitspraken opzich geen waarde aan moet worden gehecht.

Wagen no. 10 had er beter aan gedaan schriftelijke duidelijkheid vòòr de wedstrijd te verkrijgen. Het reglement biedt hem daartoe de mogelijkheid. Nu hij daar om hem moverende redenen geen gebruik van heeft gemaakt, dient het risico van een verkeerde interpretatie c.q. het niet hebben van rechtskracht bij BMW te worden gelegd.

Met conclusie

Het beroep van BMW dient te worden afgewezen, althans dient niet-klasseren als straf voor gewichtsovertreding te worden opgelegd (ASJ p. 244).